Home


Het is niet bewezen dat het borstzelfonderzoek de sterfte door borstkanker doet afnemen. Daaruit besluiten sommigen dat het nutteloos is, zelfs schadelijk omdat het zou leiden tot teveel nutteloze ingrepen.

Na 40 jaar ervaring met borstafwijkingen, vind ik de wijze onverantwoord waarop het zelfonderzoek in een negatief daglicht wordt gesteld. Ik geef toe dat vóór de menopauze het zelfonderzoek moeilijk kan zijn omdat er nog veel klierweefsel aanwezig is in de borst. In dit klierweefsel komen geregeld afwijkingen voor, meestal goedaardige cysten of knobbelvorming, die de interpretatie van het zelfonderzoek moeilijk maken. Zelfs voor geneesheren is het onderzoek van die redelijk stevige, knobbelige borsten niet gemakkelijk. Borstkankers zijn dus bij jongere vrouwen moeilijker vast te stellen en ze ontwikkelen zich sneller. Ook de mammografie is hier minder betrouwbaar. Het dense klierweefsel kan een kanker maskeren. Daarom begint men de screening met mammografie pas na de 50 jaar.

Met de menopauze verdwijnt dit klierweefsel (tenminste als de vrouw geen hormonen neemt). De borst wordt veel soepeler. Het wordt nu veel gemakkelijker voor de vrouw om zelf haar borsten te onderzoeken. Aangezien er na de menopauze nog maar weinig klierweefsel is, komen goedaardige afwijkingen nog relatief zelden voor. Men kan stellen dat, als een vrouw na de menopauze voor het eerst een verharding voelt in de borst, de kans vrij groot is dat het gaat om kanker. Die zijn meestal hard en dus gemakkelijk voelbaar bij zelfonderzoek. Twee derde van alle borstkankers komen voor na de menopauze en de meeste borstkankers worden nog altijd door de vrouwen zelf ontdekt.

Het borstzelfonderzoek moet geen aanleiding zijn tot meer diagnostische operaties. Een ervaren borstteam kan vandaag de dag, zonder heelkundige ingreep, meestal vrij vlot uitmaken of een letsel al dan niet kwaadaardig is.

Zelfs bij vrouwen die om de 2 jaar een mammografie laten uitvoeren, zoals het bevolkingsonderzoek aanbeveelt, is het zelfonderzoek nog nuttig: in die 2 jaar heeft een kanker soms ruim de tijd om tot ontwikkeling te komen. Die kunnen enkel door de vrouw zelf ontdekt worden, tenzij haar borsten toevallig door haar huisarts of een gynaecoloog worden onderzocht.

Als een vrouw zich aanbiedt met een klein gezwel heeft ze minder kans om haar borst te verliezen, de nabehandeling zal minder zwaar zijn en haar genezingskansen zullen toch beter zijn dan wanneer ze afkomt met een appelgroot gezwel in haar borst.

In mijn lange carrière heb ik veel te veel vrouwen gezien die te laat komen met gezwellen die ze duidelijk vroeger zouden ontdekt hebben als ze zichzelf hadden onderzocht. Ik heb ook vrouwen gezien met kleine kankertjes, soms minder dan 1 cm, die ze zelf ontdekt hadden bij het aftasten en bekijken van hun borsten.

Ik herinner mijn patiënten bij elk controlebezoek aan het belang van het zelfonderzoek. Voor de meerderheid van de vrouwen die zich niet geregeld door de huisarts of de gynaecoloog laten onderzoeken en die ook geen mammografies laten uitvoeren, is het zelfonderzoek de enige methode om nog enigszins vroegtijdig een kanker te ontdekken. Voor bijkomende informatie over het borstzelfonderzoek en de verschillende technische onderzoeken van de borsten, mammografie, echografie, weefselonderzoek enz., klik op: Het borstonderzoek

Dr. Albert Clarysse
Senoloog - oncoloog